Konikpaarden in Trekweggebied maken plaats voor runderen

Konikpaarden.

Konikpaarden. Archieffoto: Egbert Voerman

De konikpaarden in het Trekweggebied maken plaats voor runderen. Dit heeft de maken met het nieuwe beheer waar Staatsbosbeheer binnenkort mee start in het ongeveer 100 hectare grote gebied tussen de Lage Vaart en de A6 in Lelystad. De meeste paarden vertrekken naar een Duits natuurgebied.

Er werd al enige tijd gewerkt aan een nieuw beheerplan voor het Trekweggebied. De doelstellingen voor het gebied werden met het huidige beheer en de jaarrondbegrazing met konikpaarden onvoldoende gehaald. Om deze doelen te kunnen bereiken, wordt binnenkort onder meer seizoensbegrazing met runderen ingevoerd.

Het Trekweggebied dient in eerste instantie als foerageergebied voor kiekendieven. Het bestaat voornamelijk uit kruiden- en faunarijk grasland, heeft drie plassen en aan de randen bos en struweel. Het beheer is er op gericht om deze verschillende soorten begroeiing in stand te houden.

Tot 2020 was het beheer van het gebied vooral gericht op het ontwikkelen van vegetatie die aantrekkelijk is voor muizen. Door middel van het maaien in stroken en het inzaaien van verschillende plantensoorten, werd de basis gelegd voor het ideale leefgebied voor muizen, die langs de randen van de hogere vegetatie goed zichtbaar waren voor jagende kiekendieven. In 2020 is jaarrondbegrazing door konikpaarden ingevoerd. In totaal werden er in 2020 46 konikpaarden vanuit het kerngebied van de Oostvaardersplassen naar het Trekweggebied gebracht.

Knelpunten

Het beheer met begrazing door konikpaarden heeft niet de gewenste fauna- en kruidenrijke graslandvegetatie opgeleverd. De vegetatie is steeds dichter geworden en wordt gedomineerd door zogenaamde ruigtekruiden zoals distels, zuring en brandnetels. De inzet van paarden heeft vooral geleid tot een mozaïek van kort begraasde delen en plekken met hoge verruigde vegetatie, zonder geleidelijke overgangen tussen deze delen. Voor muizen en kiekendieven is deze vegetatiestructuur minder geschikt.

Hoe nu verder?

Om de doelstellingen voor zowel de kiekendieven als de natuurdoeltypen te kunnen halen geeft het nieuwe beheerplan een aantal opgaven. Om te komen tot goed ontwikkelde kruidenrijke graslanden moet Staatsbosbeheer dichte, eenvormige vegetaties voorkomen en zorgen voor meer afwisseling tussen kortere en langere vegetatie, ruigere delen en meer open plekken en soms ook nattere en drogere delen.

Voor de jagende kiekendieven is een muizenrijk gebied nodig. Dit bestaat uit een afwisseling van korte en ruigere vegetaties met plantensoorten die veel zaden vormen als voedsel. Daarbij moeten we zorgen voor meer dynamiek in de vegetatieontwikkeling waarbij sterk verruigde delen in natuurlijke ontwikkeling worden teruggezet om vervolgens weer te kunnen verruigen. Met name de pioniersvegetatie zijn interessante leefgebieden voor muizen.

Runderen hebben ander graasgedrag

Deze beheeropgaven kunnen worden bereikt door seizoensbegrazing met grote grazers, eventueel aangevuld met maaibeheer om te sterke verruiging tegen te gaan. In plaats van de jaarrondbegrazing met paarden zal er gestart worden met seizoensbegrazing met ingeschaarde runderen. De verwachting is dat met begrazing met runderen de natuurdoelen voor het gebied bereikt kunnen worden. Runderen zorgen met hun graasgedrag voor overgangen in de vegetatiestructuur van kortgrazig tot ruig. De verwachting is dat seizoensbegrazing met ingeschaarde runderen in de komende vijf jaar de gewenste vegetatie oplevert.

Konikpaarden vertrekken naar Duitsland

De konikpaarden vertrekken naar een natuurgebied in het het Duitse Thüringerwald, waar ze hun bestaan als vrijlevende dieren in familieverband kunnen voortzetten.

Staatsbosbeheer levert in totaal op dit moment ongeveer 90 paarden. Het merendeel van de paarden (ruim 60 dieren) uit het Trekweggebied zal binnenkort hun gebied verlaten en naar hun nieuwe leefgebied in Duitsland worden overgebracht, meldt Staatsbosbeheer. ‘Voor een familiegroep van ruim 30 dieren hebben we moeten beslissen om ze naar de slacht te brengen. Ook de paarden uit het Oostvaardersveld Noord worden uitgevangen en naar Duitsland overgebracht. Hiermee ontstaat in het Oostvaardersveld ruimte om eventueel paarden uit het Kerngebied van de Oostvaardersplassen daar heen te kunnen brengen’.