Alle honkbalposities uitgelegd

Sporten en activiteiten

In deze gids leggen coaches iedere positie op het honkbalveld uit.

Laatste update: 22 mei 2023
Leestijd: 13 min.
Alle honkbalposities uitgelegd

Bij honkbal staan twee teams om beurten op de plaat, slaan ze de honkbal weg en proberen ze punten te scoren voor hun team. Een wedstrijd wordt gespeeld over negen innings, die elk uit twee helften bestaan.

In elke halve inning heeft het ene team de slagbeurt en vormen de negen spelers van het andere team in het diamantvormige honkbalveld en het buitenveld de verdediging. Deze negen spelers hebben samen één doel: ervoor zorgen dat de slagmensen en lopers van het andere team niet via de honken weer op de thuisplaat terechtkomen. Dit kunnen ze doen door een bal te vangen nadat deze is geslagen, de loper te tikken voordat deze bij een honk aankomt of door ervoor te zorgen dat een geslagen bal 'uit' is.

Spelers vervullen op elke positie op het veld een specifieke rol. Hieronder leggen twee honkbalcoaches van de National Collegiate Athletics Association (NCAA) alle posities in het honkbal uit.

(Gerelateerd: Een beginnersgids voor posities in American football)

Veldposities bij honkbal

Alle honkbalposities uitgelegd
  1. 1.Pitcher

    Elke honkbalwedstrijd begint met de pitcher (werper). Deze speler staat op een rubberen plaat in het midden van de werpheuvel; een ronde plek in het midden van het honkbalveld. Vanuit daar gooit de pitcher de bal richting de thuisplaat, waar een van de slagspelers van de tegenpartij klaarstaat, in de hoop een honkslag te slaan.

    Er zijn verschillende soorten worpen voor de pitcher, zoals:

    • Een 'fastball': de meestvoorkomende worp en een snelle en relatief recht gegooide bal.
    • Zogenaamde 'curveballs' en 'sliders' zijn ballen met veel effect of die in een boog richting de plaat worden gegooid.
    • Een 'change-up' ziet eruit als een fastball, maar komt langzamer op de plaat af.

    Het doel van de pitcher is altijd om een 'uit' te veroorzaken bij de slagpartij. Pitchers kunnen dit op verschillende manieren doen, zoals:

    • Zorgen voor een slag (er is sprake van een slag of 'strike' wanneer de slagspeler naar de bal slaat, maar deze mist, niet naar de bal slaat wanneer deze door het slaggebied gaat of slaat naar een foutbal). Na drie slagen wordt er een uit gemaakt.
    • Een bal gooien die wordt geraakt door de slagspeler en vervolgens wordt gevangen of succesvol in het veld wordt verdedigd door iemand uit het eigen team.

    De pitcher kan nog een middel inzetten om slagspelers van de wijs te brengen, zegt Andrew Stone, assistent-honkbalcoach aan de Michigan State University. Ze kunnen de snelheid van elke worp opvoeren of vertragen, waarmee ze het ritme van de wedstrijd bepalen.

    "Pitchers hebben misschien wel de enige positie in welke sport dan ook waarbij één speler het tempo van de wedstrijd in handen heeft", zegt hij. Aangezien er bij honkbal geen klok loopt zoals bij voetbal, basketbal of Amerikaans voetbal, is de pitcher de heerser over de tijd. Deze speler kan namelijk extra de tijd nemen tussen worpen door of juist snel ballen achter elkaar in het slaggebied gooien, voordat de slagspeler daar goed en wel klaar voor is. Door het tempo van de wedstrijd te veranderen, zo zegt Stone, kan een team dat goed aan het slaan is wat afkoelen, of kan de pitcher ervoor zorgen dat er meer ballen uit worden gespeeld.

    (Opmerking: In 2023 is in Amerikaanse major en minor baseball leagues een 'pitch clock' ingevoerd, waarbij de tijd die een pitcher krijgt om te gooien korter is geworden. Tussen twee worpen door staan er 15 seconden op de klok wanneer de honken leeg zijn en 20 seconden wanneer er honklopers op honken staan. Binnen deze tijdslimiet kan de pitcher natuurlijk nog steeds het tempo wisselen waarmee gegooid wordt.

    Aan het begin van de wedstrijd wordt de pitcher die op het veld gaat staan de 'startende pitcher' genoemd. De manager van een team kan op elk moment gedurende de wedstrijd de starter wisselen met een invaller. Soms worden invallers ingezet aan het eind van de wedstrijd wanneer de score gelijk op gaat. Deze invallers worden ingezet om een paar slagspelers uit te maken en zo een mogelijke comeback van de tegenpartij een halt toe te roepen. Deze invaller-werpers worden daarom ook wel 'sluiters' genoemd.

    Behalve het werpen van de bal is het ook de taak van de pitchers om honklopers van de tegenpartij in de gaten te houden die honken proberen te stelen. Wanneer lopers een honk proberen te stelen, zullen ze vaak de plaat loslaten waar ze op staan, en tussen worpen door dichter bij het volgende honk proberen te komen.

    De pitcher moet ervoor zorgen dat lopers worden 'vastgehouden', wat betekent dat ze worden ontmoedigd om door te lopen naar het volgende honk. De pitcher kan dit doen door van de werpplaat af te stappen en de bal richting het honk te gooien waar de loper op staat, in de hoop deze zo tegen te houden of te voorkomen dat deze een grote voorsprong krijgt.

  2. 2.Catcher (achtervanger)

    De belangrijkste taak van de catcher is om geworpen ballen te vangen. Deze speler zit gebukt achter de thuisplaat, voor de scheidsrechter en is gehuld in beschermende padding en een helm/masker. De catcher houdt een grote, ronde handschoen vast en geeft de pitcher een mikpunt wanneer deze de bal werpt. En wanneer de slagspeler de bal niet raakt, moet de catcher deze vangen.

    Maar catchers doen veel meer dan alleen vangen. Hun takenlijstje is lang, wat hen tot de leiders van het binnenveld maakt, volgens Joe Mercadante, assistent-honkbalcoach aan de Universiteit van Pittsburgh. Catchers moeten:

    • De worp bepalen: Catchers gebruiken handsignalen (of sinds een tijdje binnen het professionele honkbal een klein elektronisch apparaatje aan hun been) die de pitcher vertellen hoe en waar ze moeten werpen. Afhankelijk van het team kan de manager de catcher vertellen wat voor signaal deze moet geven, maar in veel gevallen bepalen de catchers het verloop van de wedstrijd door zelf in te schatten wat voor bal er moet worden gegooid.
    • Foutslagen blokkeren: wanneer er een slag in het zand terechtkomt of wanneer een bal 'wijd' wordt gegooid en wordt gevangen door de catcher, mogen lopers verder naar het volgende honk. Catchers zitten op hun knieën en gebruiken hun lichaam om ballen tegen zich aan te laten stuiteren en deze voor zich te houden om lopers te beletten een honk te stelen.
    • Defensieve wissels: Afhankelijk van de omstandigheden tijdens de wedstrijd mogen spelers van de verdedigende partij worden gewisseld. De korte stop kan dichter bij het tweede honk worden geplaatst of de eerste honkspeler kan dieper worden geplaatst (verder weg van de thuisplaat). Volgens Mercadante zorgt de catcher vaak voor de juiste line-ups.
    • Het binnenveld aansturen wanneer de bal in het spel is: Wanneer een bal in het buitenveld wordt geslagen, moeten binnenvelders hun positie innemen om ballen vanuit het buitenveld te vangen. Daardoor kunnen ze de lopers van de tegenpartij tijdelijk niet in de gaten houden. De catcher zal daarom op dat moment de rol van coach op het veld innemen, waarbij deze de binnenvelders laat weten waar de lopers zich bevinden en waar ze de bal naartoe moeten gooien wanneer ze die hebben gevangen, zegt Mercadante.
    • Lopers uit gooien die een honk proberen te stelen: Wanneer een loper het tweede of derde honk probeert te stelen tijdens een slag, moet de catcher de bal snel vangen en naar de plaat gooien, in de hoop dat een andere binnenvelder de loper kan uitmaken voordat deze het honk bereikt.
    • De thuisplaat dekken: De catcher wordt vaak zodanig geplaatst dat deze lopers kan uitmaken voordat ze over de thuisplaat komen en een punt kunnen scoren.
  3. 3.Eerste honk

    De eerste honkspeler staat, uiteraard, in de buurt van het eerste honk. Wanneer een bal in de richting van de eerste honkspeler wordt geslagen, moet deze de bal vangen en de speler van de tegenpartij proberen uit te maken.

    Wanneer een grondbal een andere binnenvelder raakt (behalve de eerste honkspeler) en er staan geen lopers op het eerste honk, gooit die binnenvelder de bal naar de eerste honkspeler, die deze moet vangen met minimaal één voet op het eerste honk om de slagman of -vrouw uit te maken.

    Daarom moet een eerste honkspeler uitstekend ballen kunnen vangen, ook als deze slecht zijn gegooid. Een goede eerste honkspeler kan reiken naar een te hoog aangegooide bal en deze uit de lucht grijpen of een bal vangen die met een korte stuit recht voor de handschoen terechtkomt. Deze vaardigheden geven teamgenoten in het binnenveld meer vertrouwen wanneer ze de bal richting het eerste honk gooien.

    "Het neemt een enorme druk weg bij de binnenvelders, omdat ze weten dat ze niet elke keer perfect hoeven te gooien," zegt Stone. "Als de eerste honkspeler elke bal kan vangen, geeft dat rust."

    Wanneer een goede eerste honkspeler slecht gegooide ballen kan vangen, kunnen zij volgens Mercadante een groot verschil maken in de vangstatistieken van een team. Het vangpercentage, waarmee wordt aangegeven hoeveel van de ballen die naar een speler worden geslagen leiden tot een uit, kan stijgen wanneer een eerste honkspeler ballen vangt die niet perfect zijn geworpen.

  4. 4.Tweede honk

    In tegenstelling tot de eerste en derde honkspeler, die direct naast de bijbehorende honken staan, staat de tweede honkspeler vaak in het gebied tussen het eerste en het tweede honk. De reden daarvoor is dat daar vaker grondballen terechtkomen dan rechtstreeks door het midden van het veld. De tweede honkspeler en de korte stop (zie hieronder meer) worden samen de midden-binnenvelders genoemd.

    Tweede honkspelers vangen grondballen en hoge ballen in hun aangewezen gebied, maar daarnaast hebben ze nog andere verantwoordelijkheden. Een van hun belangrijkste taken is dubbelspel: wanneer een loper op het eerste honk staat, zullen teams proberen om zowel de loper als de slagspeler in hetzelfde spel uit te maken.

    Wanneer de bal naar de pitcher, de korte stop of de derde honkspeler wordt geslagen, zullen zij de bal naar het tweede honk gooien. De tweede honkspeler of korte stop staat in de buurt van het honk in afwachting van de bal. Na het aantikken van het honk zal de tweede honkspeler hard moeten gooien naar het eerste honk, in de hoop de sprintende slagspeler voor te zijn, die het eerste honk probeert te bereiken voordat de bal er is.

    Wanneer de bal naar de tweede honkspeler wordt gegooid, zal die speler op het tweede honk stappen en de bal naar het eerste honk gooien, of de bal snel overpakken van handschoen naar werphand om deze naar de korte stop te gooien, die het tweede honk bezet houdt om de dubbelspel-uitgooi te maken.

    Vanwege deze dubbelspelrol is het volgens Mercadante belangrijk dat beide midden-binnenvelders goed kunnen communiceren. Zo kunnen ze hun teamgenoten voor en tijdens het spel laten weten waar ze de bal naartoe moeten gooien.

    Soms moeten tweede honkspelers het eerste honk innemen. In sommige gevallen, zoals grondballen of stootslagen naar de eerste honkspeler, gaat de tweede honkspeler als eerste lopen om een bal te vangen en proberen de slagspeler uit te maken.

  5. 5.Korte stop

    De gebruikelijke positie van de korte stop is tussen het tweede en derde honk. Volgens Stone zijn zij vaak de meest bekwame defensieve spelers op het veld, en moeten ze op verschillende manieren kunnen spelen.

    Korte stops moeten snel rennen om langzaam rollende ballen te vangen, snel naar links kunnen bewegen om ballen te grijpen die door het midden van het veld zijn geslagen en ze moeten dubbelspel kunnen uitvoeren. De korte stop moet ook op het tweede honk staan wanneer spelers honken proberen te stelen.

    Deze positie moet een groot deel van het veld verdedigen en tijdens het snel hardlopen kunnen gooien en vangen, wat veel vaardigheid vereist. Daarom heeft Mercadante bij het werven van spelers ook zo graag vijf binnenvelders die allemaal de vaardigheden hebben om korte stop te spelen.

  6. 6.Derde honk

    Het derde honk staat ook wel bekend als de 'hot corner', omdat ballen met hoge snelheid op de derde honkspeler af komen. Wanneer een rechtshandige slagspeler snel en hard slaat, wordt deze een 'pullhitter' genoemd, waarbij de bal naar de linkerkant van het veld wordt geslagen. Wanneer zo'n bal op of net boven de grond in een rechte lijn vliegt, komt deze razendsnel op de derde honkspeler af, met snelheden van meer dan 160 kilometer per uur in NCAA honkbal, zegt Stone.

    "Als korte stop en tweede honkspeler krijg je ballen op je af die een paar keer stuiteren voordat ze bij je zijn. Maar bij het derde honk krijgt je ballen die rechtstreeks op je af komen", zegt hij.

    De afstand die een bal moet afleggen tussen het derde en het eerste honk is groot. Derde honkspelers staan dan ook bekend om hun kracht om de bal op de juiste plek te krijgen.

    Spelers die op deze positie staan, moeten voorbereid zijn op ballen die als een raket door de knuppel worden afgevuurd, maar ze moeten ook dicht genoeg bij de thuisplaat staan om korte grondballen snel te kunnen vangen. Bijvoorbeeld wanneer een speler een 'bunt' slaat over de lijn naar het derde honk. Daardoor staan derde honkspelers op 'nog geen 30 meter van ballen die met 160 kilometer per uur worden geslagen'.

  7. 7.Middenveld

    De middenvelder speelt in het buitenveld; het grasgebied voorbij het binnenveld van gravel, en is verantwoordelijk voor het vangen van hoge ballen en grondballen en het gooien van ballen naar de binnenvelders. Middenvelders moeten een groot gebied verdedigen, waardoor het vaak snelle spelers zijn die erg goed kunnen vangen.

    Middenvelders hebben ook een leiderschapspositie op het veld, zegt Stone. De middenvelder is de aanvoerder van het buitenveld: deze speler schuift andere buitenspelers over het veld om ze voortdurend op de juiste positie te hebben staan voor het vangen en doorspelen van de bal.

    "Iets wat fans vaak niet zien op tv, omdat de camera alleen de pitcher, de slagspeler en de catcher in beeld brengt, is hoeveel de buitenvelders met elkaar communiceren tijdens het spel", zegt hij. Zo kan de middenvelder de linksvelder dichter bij de linkerlijn plaatsen wanneer een rechtshandige speler aan slag is die vaak richting het linkerveld speelt.

    Wanneer een bal in een gebied wordt geslagen waar twee buitenvelders de bal kunnen vangen, bijvoorbeeld tussen het rechter- en het middenveld, is het meestal de taak van de middenvelder om te roepen welke speler de bal moet vangen.

  8. 8.Rechterveld

    De rechtsvelder staat in het rechterveld; het grasgebied van het buitenveld tussen de rechterfoutlijn en het midden van het buitenveld. Dit is ongeveer tussen het eerste en tweede honk, rechts van de catcher.

    De rechtsvelder is net als de middenvelder verantwoordelijk voor het vangen van hoge ballen en grondballen en het gooien van de bal naar het binnenveld. Van ver achterin het rechterveld naar het derde honk is één van de langste worpen bij honkbal. Daardoor hebben rechtervelders vaak sterke gooiarmen, zegt Stone.

    De beste atleet om te plaatsen als links- of rechtsvelders is volgens Mercadante ook afhankelijk van hoe groot het veld is en van de windrichting. Buitenvelden zijn bij honkbal niet allemaal hetzelfde. Sommige hebben een dieper rechterveld en andere hebben juist weer een veel groter linkerveld. Het is dan ook cruciaal om buitenvelders te kiezen die passen bij de specifieke omstandigheden waaronder je speelt, zegt hij.

  9. 9.Linkerveld

    Linksvelders verdedigen het buitenveldgebied van de linkerfoutlijn tot het midden van het buitenveld, tussen het tweede en derde honk. Hun taak is vergelijkbaar met die van de andere buitenvelders: hoge en grondballen te pakken krijgen die in hun gebied terechtkomen.

    Linksvelders worden volgens Stone ook steeds vaker ingezet om een andere rol in te nemen, namelijk die van achterste tweede honkspeler.

    Wanneer een slagspeler van de tegenpartij de neiging heeft om ballen richting specifieke zones te slaan (een linkshandige slagspeler die bijvoorbeeld de meeste ballen naar de rechterkant van het veld slaat), zullen teams hun verdedigers meer richting dat gebied verplaatsen. In dat geval zal een team volgens Stone de linksvelder meer in het gebied tussen de tweede honkspeler en de rechtsvelder plaatsen.

Slagposities bij honkbal

Alle honkbalposities uitgelegd

Wanneer het team van de spelers in bovenstaande posities op het veld staan, vormen zij de verdedigende partij. Nadat er drie keer uit is gegeven, worden zij de slagpartij. Nu mag dit team aan slag.

Honkbalteams hebben negen slagspelers (met uitzondering van bepaalde jongerenleagues, waarbij er meer slagspelers in de line-up kunnen komen). De slagvolgorde van het team wordt aan het begin van het spel bepaald, en blijft gedurende de hele wedstrijd hetzelfde.

De eerste slagspeler, ook wel de 'lead-off hitter' genoemd, is als eerst aan slag en is na de negende slagspeler opnieuw aan de beurt.

De vierde slagspeler, vaak wel de 'clean-up hitter' genoemd, is vaak één van de sterkste slagspelers van het team. Van hen wordt verwacht dat ze de bal in het speelveld slaan, waardoor honkspelers verder kunnen lopen en punten kunnen scoren (deze slagspeler zorgt er eigenlijk voor dat de honken worden 'schoongeveegd').

Aangewezen slagspeler

In sommige, maar niet alle leagues kunnen teams een aangewezen slagspeler, of 'designated hitter' hebben (DH). Deze speler heeft geen verdedigende positie in het veld. In plaats daarvan wordt de DH aangewezen als wissel van een andere speler. Meestal is dit de pitcher, met name bij honkbal op hoger niveau, maar de DH kan in plaats van een andere speler op elke positie op het veld slaan.

Hoe gaat het wisselen van slagspelers in zijn werk?

Een slagspeler kan op drie verschillende manieren worden gewisseld in de volgorde van een speler op de bank:

  1. De nieuwe speler kan worden ingezet als 'pinch hitter', die slaat wanneer de oorspronkelijke slagspeler aan slag zou zijn.
  2. De bankspeler kan een wissel zijn voor een loper die al op een honk staat. In dit geval is de nieuwe speler een 'pinch runner'.
  3. De nieuwe speler kan de speler met de oorspronkelijke positie op het veld vervangen als defensieve wissel.

In alle drie de gevallen is de nieuwe speler voor de rest van de wedstrijd een wissel van de oorspronkelijke speler, en neemt diens plek in in de slagvolgorde.

Tekst: Greg Presto

Voor het eerst gepubliceerd: 10 mei 2023

Gerelateerde verhalen

Wat is discuswerpen? Hier vind je alles wat je moet weten over dit atletiekonderdeel

Sporten en activiteiten

Alles wat je moet weten over discuswerpen in atletiek

Wat trek je aan naar een honkbalwedstrijd: 5 stijlideeën voor je nieuwe favoriete looks

Stijltips

5 stijlideeën voor tijdens een honkbalwedstrijd

Zo was je witte honkbalbroeken in 6 simpele stappen

Productonderhoud

Een honkbalbroek wassen

Ontdek de 5 beste Nike sneakers voor dansen

Koopgids

Ontdek de 5 beste Nike sneakers voor dansen

Tips om je Nike broekmaat voor dames te meten

Koopgids

Zo vind je je broekmaat voor damesbroeken van Nike